VvE mag niet besluiten dat een appartement niet bouwkundig gesplitst mag worden

VvE mag niet besluiten dat een appartement niet bouwkundig gesplitst mag worden
4 april 2022 Jip Niezing
splitsing appartement VvE

Meneer A is eigenaar van een appartement. Het appartement wil hij bouwkundig splitsen in twee studio’s. De VvE is van mening dat meneer A voor het splitsen toestemming had moeten vragen. De VvE heeft vervolgens besloten dat het splitsen niet is toegestaan op grond van de splitsingsakte en het splitsingsreglement. De rechter oordeelt dat het besluit van de VvE nietig is.

Meneer A:

Meneer A is van mening dat hij zijn appartement mag splitsen en gebruiken als twee studio’s. Hij stelt dat door de verleende vergunningen van de gemeente de splitsing en het gebruik van de studio’s is toegestaan. Meneer A stelt dat hij voor het aanvragen van de vergunning geen toestemming nodig heeft van de VvE. Daarnaast is hij van mening dat het besluit van de VvE om het splitsen te verbieden nietig is, nu het besluit in strijd is met de splitsingsakte en het splitsingsreglement. Meneer A stelt dat wanneer de studio’s worden gebruikt als woning, dit niet in strijd is met de bestemming van de woning overeenkomstig de splitsingsakte en het splitsingsreglement.

VvE:

De VvE is van mening dat meneer A toestemming had moeten vragen voor het splitsen van het appartement en dat de VvE op grond van de splitsingsakte en het splitsingsreglement het besluit had mogen nemen om het splitsen te verbieden. Op grond van de splitsingsakte en het splitsingsreglement moet het appartement als afzonderlijk geheel voor bewoning worden gebruikt. Dit zal na het splitsen niet meer het geval zijn. De VvE is daarom van mening dat het splitsen in strijd is met de splitsingsakte en het splitsingsreglement.

Juridische aspecten:

Een besluit van de VvE is nietig wanneer het in strijd is met de wet of de statuten (art. 2:14 BW). In deze casus valt onder statuten, de splitsingsakte en het splitsingsreglement. Wanneer de VvE dus een besluit heeft genomen dat in strijd is met de splitsingsakte of het splitsingsreglement, kan dit besluit nietig worden verklaard.

In het betreffende splitsingsreglement staat dat ‘de eigenaar en gebruikers verplicht zijn het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte te regelen bestemming’ (artikel 9 lid 2 splitsingsreglement). De bestemming die de splitsingsakte aan het appartement geeft is ‘voor bewoning’. Nu meneer A de studio’s zal verhuren als woning, is het bouwkundig splitsen van het appartement niet in strijd met de bestemming.

Daarnaast voert de VvE aan dat splitsen niet mag omdat het appartement ‘bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt’ en daarom dus niet in twee studio’s mag worden gesplitst. Het gebruik als afzonderlijk geheel heeft volgens de rechtbank betrekking op omvang van het appartementsrecht (tekst kan gelijk worden gesteld aan art. 5:111 sub b BW). Het gebruik als afzonderlijk geheel is dus niet bedoeld om het splitsen te beperken. Dit zou namelijk tot gevolg hebben dat een appartementsrecht niet in delen gebruikt mag worden en dat zou niet wenselijk zijn.

De rechtbank komt niet toe aan de vraag of meneer A toestemming had moeten vragen aan de VvE, nu het de VvE het besluit niet had mogen nemen.

Conclusie:

De rechtbank oordeelt dat het bouwkundig splitsen van het appartement van meneer A in twee studio’s, wanneer deze bestemd zijn voor bewoning, niet in strijd is met de splitsingsakte en het splitsingsreglement. Het besluit dat de VvE heeft genomen is daarom nietig.

Lees de gehele uit spraak op: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:326#_e5123368-cc65-4bd9-b54b-8f852d1ddcf1